wat-er-in-zit

‘Ergens, aan de andere kant. Daar ben jij. Je kijkt naar je voeten, naar je enkels. Je staat. Je zit op een stoel. Je zit in je hoofd. Je denkt aan dingen, maar zodra je je gedachten omvormt tot klanken is je hoofd al ergens anders. Woorden zijn altijd te laat, zeg je. Kom, leg je hand op mijn gezicht, zeg je. Maar je hoofd zat al ergens anders.’

Wat is eigen ruimte precies? En in hoeverre kun je mensen uitnodigen in deze ‘ruimte’?  In WAT ER IN ZIT wordt gespeeld met zichtbaarheid, onzichtbaarheid, betrokkenheid en afstand. Het narratief komt tot stand door poëzie en compositie.